Het zal de leeftijd wel zijn. In de levensfase tussen jong en oud komen twee onderwerpen bijna altijd terug in gesprekken met vrienden uit hetzelfde tijdperk. Welke twee? Ouder wordende ouders en de woonwensen voor later. Eerst maar over die eigen woonwensen.
De voorspelbare lijn van het gesprek loopt via ‘Kinderen de deur uit, huis te groot, wel of niet verhuizen, in het dorp blijven of op een betere plek gaan wonen, waar je dan wel weer een nieuw netwerk moet opbouwen zonder de contacten op het schoolplein die dat zo makkelijk maakten …’ naar ‘Zullen we samen gaan wonen? Kopen we een stukje grond of een oud pand? Bouwen we voor iedereen een eigen plekje? Hebben we het goed met elkaar? en Zijn we er voor elkaar als we echt oud worden?!’ Tussen droom en daad veel praktische bezwaren, maar wat we willen is wel helder. Op sommige plekken lukt het en zien we de successen. Maar vaker loopt het anders.
Dat brengt me op het tweede voorspelbare onderwerp onder vijftigers: de oude ouders. De variaties zijn groot: van ouders die er niet meer zijn, tot ouders die blakend van gezondheid op hoge leeftijd over de wereld trekken, tot ouders die de nodige zorgen hebben én geven. Die de stap naar een verhuizing gaan zetten, waardoor je in de leerzame klantreis van een andere woningcorporatie terecht komt. In de wereld van welzijn, waar zo veel mogelijk is en zo veel wordt bijgedragen aan verbinding tussen mensen. Of in de wereld van het case-management bij dementie. Er blijkt veel mogelijk, als je de wegen eenmaal hebt gevonden.
Al die ouders zijn anders, maar een gemene deler lijkt toch wel de behoefte aan zingeving en contact. Een praatje, er toe doen, gezien worden. Logisch, met een enkele keer een bijzondere uitkomst. Zo vertelde een vriendin. Haar moeder van in de negentig vroeg haar mee te gaan naar de begrafenis van een kennis. Ze had wekelijks een mail gekregen over diens ziekte en uiteindelijk het overlijdensbericht. Het was echt heel belangrijk. Of ze alsjeblieft haar zaterdag kon vrijmaken. Eenmaal op de begrafenis was er helemaal niemand die ze kende, en niemand kende haar. De mailinglijst bleek uit een grijs verleden, en de overledene een oud-collega van haar man. Desondanks was ze blij dat ze geweest was. Ze bedankte haar dochter: ‘het is altijd zo fijn om met jou op stap te gaan ….’.
Joke van den Berg is directeur-bestuurder van woningcorporatie Stek en voorzitter van de Stuurgroep Wonen, Welzijn & Zorg van Holland Rijnland Wonen. Zij deelt een aantal gedachten en beelden over ouder worden en wonen.