De manier waarop we kijken naar wonen en zorg voor ouderen verandert. We bereiden ons al jaren voor op dubbele vergrijzing en een groeiende zorgvraag. Maar het beeld is minder zwart-wit dan vaak wordt gedacht. Mensen worden ouder én blijven gemiddeld langer vitaal. Dat vraagt om een andere vraag: hoe zorgen we dat ouderen zo lang mogelijk prettig en zelfstandig kunnen wonen?
Laatst sprak ik een manager Vastgoed van een zorginstelling. Hij vertelde over het strategisch huisvestingsplan van zijn organisatie. ‘De inkt is net droog en we kunnen het alweer herzien, we zitten in een paradigmashift.’ Ik herken dit ook vanuit de corporatie. De vraag naar wonen met zorg verandert snel. Tot voor kort spraken we met een zorgorganisatie over de toevoeging van tientallen geclusterde woningen. Daar zou 24-uurs zorg en begeleiding worden geboden. Tegelijk zien we steeds vaker dat ouderen langer zelfstandig en vitaal blijven. Dat is mooi om te merken en zet aan het denken.
Al jarenlang spreken we over de toenemende vergrijzing. Meer mensen bereiken een hoge leeftijd. En die leeftijd wordt ook steeds wat hoger. Dat leidde lang tot de conclusie dat de zorgvraag net zo hard zou stijgen. En dat er dus veel woonplekken met 24-uurs zorg bij moesten komen.
Inmiddels zien we in de cijfers ook iets anders. Ja, mensen worden ouder. En ja, zij houden gemiddeld meer gezonde jaren. De periode waarin intensieve zorg nodig is, blijft gemiddeld ongeveer gelijk.
Dat geeft een ander perspectief op wonen en leven als je ouder bent. Niet de zorgvraag staat dan als eerste centraal, maar de vraag hoe iemand prettig, veilig en zelfstandig kan wonen. Met zorg dichtbij als dat nodig is. Maar vooral op een plek die past bij het dagelijks leven.
Ja, gelijkvloers wonen is fijn als je minder mobiel wordt. Ja, wonen in een buurt met voorzieningen is handig als je niet meer zo ver de deur uit wilt of kunt. Ja, plekken waar je anderen kunt ontmoeten zijn wezenlijk. Ze geven zin en plezier. En ja, het is fijn om te wonen op een plek waar zorg aan huis goed kan worden geboden.
Dat zijn allemaal goede redenen voor een verhuizing als de jaren gaan tellen. Maar dat hoeft geen verhuizing te zijn naar een woning waar de zorg centraal staat.
Gewoon wonen, maar wel op een goede plek.
Als corporatie zetten we daarop in. Met nieuwbouw, maar zeker ook met de bestaande woningen die er al staan. Want een goede plek gaat niet alleen over de woning zelf. Het gaat ook over de buurt. Over voorzieningen dichtbij, een toegankelijke buitenruimte, een gezamenlijke ruimte of een bankje bij de ingang. Over plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en iets met en voor elkaar kunnen doen.
Denk aan een woongebouw waar bewoners elkaar makkelijk ontmoeten. En waar welzijn en zorg zichtbaar in de buurt aanwezig zijn.
Dit vraagt om creativiteit, anders denken en soms ook anders financieren. Bijvoorbeeld voor ontmoetingsruimtes, structurele inzet vanuit welzijn en aandacht voor mensen die nog geen zorg ontvangen, maar geleidelijk minder zelfredzaam worden.
Het vraagt om samenwerking tussen organisaties. En om aansluiting bij ideeën en initiatieven van bewoners. Dat is ook de inzet van het position paper Thuis in de buurt. Langer thuis wonen vraagt om woningen en buurten die passen bij ouder worden. Woningcorporaties kunnen dat niet alleen. Dat doen we samen met zorg, welzijn, gemeenten en bewoners.
Zodat een huis als je ouder bent, ook echt een thuis kan zijn.
Joke van den Berg,
directeur-bestuurder van woningcorporatie Stek
voorzitter van de stuurgroep Wonen, Welzijn & Zorg van HRW